Opinie stuk: zwakke virus-stammen gebruiken voor corona-vaccin

Bij de grote verscheidenheid aan ziekteverschijnselen is het waarschijnlijk dat het
coronavirus ook zwakke varianten in de gelederen heeft. Speur deze op en gebruik ze voor
de ontwikkeling van een vaccin. Een internationale groep wetenschappers uit elf landen
pleit voor deze benadering. Indertijd bij polio bleek ze als eerste succesvol. Dat is de strekking van een recent gepubliceerd artikel in Environmental Microbiology, met Peter en Ineke als co-auteurs en geïnitieerd door Eelco van Anken, oud PhD-student van Ineke en postdoc bij Peter.

De groep wetenschappers denkt dat aandacht voor de mogelijk zwakke broeders onder het
virus onderbelicht is. Zij zouden wel eens de ideale grondstof kunnen zijn voor op grote
schaal toe te passen vaccinatie. Bij de huidige beperkte mate van groepsimmuniteit is dit van
groot economisch en levensbelang. Op deze manier een vaccin ontwikkelen kan mogelijk
sneller dan er kunstmatig eentje ontwerpen. Het is minder kostbaar bovendien, wat
belangrijk is voor wereldwijde toepassing en daarmee voor indamming van de pandemie.

De natuurlijke evolutie van het virus kan de wetenschap helpen om in de voetsporen te
treden van de poliobestrijding. De geschiedenis van virussen leert dat de middelmatig sterke
de grootste kans op voortbestaan hebben. Virussen hebben er immers geen baat bij dat hun
gastgevers overlijden. Dus muteren ze naar een stam die een tandje minder ingrijpend te
werk gaat. En de zwakke vallen af omdat ze bij het aanvallen van de cel de wedstrijd
verliezen: ze doven als het ware uit.

Erfelijk virusmateriaal koppelen aan ziektebeelden
Was het vinden van een zwak virus bij polio nog een gelukkige toevalstreffer, met de huidige
technieken is het mogelijk gericht op zoek te gaan. Tot nu toe is, voor zover bij de groep
wetenschappers bekend, meestal slechts een deel van het erfelijk materiaal van de
ziekmaker bekeken en bovendien niet gekoppeld aan het ziekteverloop van de patiënt. Zij
bevelen aan om bij besmette mensen met milde ziekteverschijnselen het volledige erfelijke
materiaal van de virusvarianten te bepalen. De zo geïdentificeerde zwakke virussen kunnen
– zo nodig verder ongevaarlijk gemaakt – dienen voor de productie van vaccins.

Het onderzoek naar geschikte mildere varianten zou zich met name moeten richten op
besmettingen in risicogroepen. Als getroffenen het virus wonderwel zonder kleerscheuren
overleefd hebben en de afwijkende signatuur van dat virus bekend is, is de stap naar een
mogelijk vaccin er een van techniek en zorgvuldig testen. Net als bij polio kan het virus z’n
eigen vaccin opleveren. Mensen moedwillig met een milde variant besmetten maait het gras
voor de voeten weg bij ziekmakende exemplaren. Het helpt groepsimmuniteit op te
bouwen. De beperkte risico’s van werken met een verzwakt virus vragen om goede
monitoring, zoals nu al bij vaccins voor bof, mazelen en rode hond.

Het artikel is inmiddels opgepikt door verschillende nationale media. Interviews met Ineke en Eelco zijn verschenen in de DUB en de Telegraaf, en Ineke was te zien en te horen op Radio Veronica, 1Vandaag en Radio1.